Oorlogstrauma

Gekke titel om mee te beginnen, maar zo voelt het wel. Ik heb zelf de 2e wereldoorlog niet meegemaakt of meegevochten in een andere latere oorlog. Maar toch…. elke keer als we eind april zijn en op de tv komen voorstukjes van oorlogsfilms dan benauwd het me.
Nu in de periode met de Corona las ik over de Corona kliklijn en door mijn hoofd schieten dan: tsss NSB praktijken, verraders!! Ook het feit dat ik moeite heb met zaken die van bovenaf opgelegd worden, me onderdrukt voelen. Waar komt dat nou vandaan?

Eigenlijk was het me een aantal jaar geleden al duidelijk geworden bij de opleiding Systemisch en Contextueel Coachen van Tea Adema. In de reader van de opleiding is het mooi omschreven. Ik citeer:
“We dragen allemaal onze geschiedenis mee vanuit onze voorouders. Alle verworvenheden van voorouders, ouders, baten en lasten, in materiële en immateriële zin, vormen hun erfgoed voor de huidige generatie. Zo maken scheiding van ouders, adoptie, genetische bijzonderheden of afwijking, oorlog, ras, geloof, seksuele geaardheid, eventuele discriminatie en de wijze waarop de volgende generaties daarmee omgingen, deel uit van dat erfgoed.”

Toen mijn broer Marcel en ik nog klein (en jong) waren, gingen we altijd met opa en oma mee op vakantie naar Egmond a/d Hoef. Opa werkte bij Wessanen en als medewerker kon je jouw vakantie doorbrengen in de Wessanenhuisjes in de duinen. Dit speelde zich af in de jaren 70. Stel je dit voor: Een houten huisje, met linoleum op de vloer, tl verlichting, een eettafel, keukentje, een houten vaste bank (met een klep waar je spullen in kon doen) met kussens, 2 slaapkamers met 2 2persoons stapelbedden. Het toilet was een hossie buiten. (brrrr als de wind onder deur door gierde als je nodig moest….. koud!!) Douchen deed je bij de gezamenlijke douche/wasruimte midden op het terrein centraal tussen de huisjes.
In het huisje was een radio (zelf meegenomen? Stond deze er al?) geen tv niks. Misschien dat we ook ooit zo’n draagbare zwart/wit tv mee hadden met een antenne en dan hopen dat je ontvangst had.
Overdag gingen we vaak wandelen, naar de markt voor vis, een grote strandwandeling maken, Marcel en ik waren gek op de hoge schommels en de draaimolen, we speelden jeu de boulles achter of naast het huisje.
‘s Avonds nadat wij gepoedeld hadden (wassen bij de kraan of douche bij de doucheruimte) pyjama’s aan en met elkaar aan de keukentafel. Kranten op tafel voor de doppinda’s en dan kwamen de verhalen. Oma vertelde vaak over haar jeugd in Indonesië. Over de beo die het fluitje van opa Kesseling na kon doen, over de baboe en haar angst voor de apen wanneer ze voor straf in “het hok” zat. En de verhalen van opa en oma samen over de oorlogstijd. Opa die verstopt zat toen de Duitsers sterke jonge mannen naar Duitsland wilden sturen. Ook dat hij er wel geweest was om te werken, maar hij wilde er niet meer naartoe. Opa zei ook vaak: dan zeiden ze “Wie bitte? dan zei ik altijd: Kroten” en moest hij om zijn eigen grapje lachen. De verhalen van het verstoppen terwijl er soldaten aan de deuren kwamen zorgde bij ons wel voor slapeloze nachten daar in Egmond.
Opa vertelde ook graag hoe hij na de geboorte van mijn moeder (eind juni 1944) op de fiets vanuit Krommenie richting Westfriesland ging. Opa ging op pad met zeep, dit was in stukken gesneden en bij de één ruilde hij zeep voor kaas, bij de volgende voor wol (de baby had kleertjes nodig), daar ruilde hij weer een stuk van wat anders voor andere middelen. Hij moest wel altijd alert zijn, fietsend voor levensmiddelen. Oma vertelde dan trots dat mijn moeder prachtige gebreide kleertjes droeg in oorlogstijd. Verhalen over het stiekem rondbrengen van de krant: De Waarheid, om de kachel op te stoken werden er spoorbielzen gestolen, dat was ook een hachelijke onderneming. En opa vertelde over zijn broer die bij een bombardement of afgaan van granaat (dat weet ik niet meer na zoveel jaar….) levend onder de lijken heeft gelegen. Zijn broer zat vanwege het oorlogstrauma in Sint Willibrordus in Heiloo. Op verjaardagen kwam opa’s broer op visite, zat in een stoel, dronk koffie, at een taartje en zei weinig. Door hetgeen wij van de oorlog van opa en oma wisten intrigeerde deze man. Alleen al naar hem kijken vond ik spannend…. poe wat hij had meegemaakt!!

Wie in de familie nog meer deze verhalen gehoord hebben? Ik weet het niet. Wij waren gretige toehoorders en volgens mij vroegen we zelfs om de spannende verhalen op de avonden aan tafel onder het licht van de TL buizen in Egmond. Alleen duurde het op die avonden lang voordat we sliepen…………….

Opa en oma zijn inmiddels overleden, maar ik voel tijdens de meidagen bij het zien van de oorlogsfilms hun spanning die ze tijdens die avonden met ons gedeeld hebben. Het gevoel van onrecht wanneer mensen elkaar verklikken…… ik weet waar het vandaan komt.

l